Dankzij FCA zitten we als sector nu bij de juiste partijen aan tafel

In het kader van de afzwaaiende bestuursleden van FCA geven zij hun visie op twee jaar FCA en hun betrokkenheid daarbij. In dit blog geeft Niels van der Pluijm, de eerste penningmeester van FCA, zijn kijk op de afgelopen twee jaar.

Het glasvezel landschap in Nederland is nog steeds een lappendeken. We kennen allemaal de oorzaken daarvan: de marktdominantie van bepaalde partijen en de lage prioriteit die zij hebben gelegd bij het verder verglazen van Nederland. Ook het gebrek van daadkracht vanuit de overheid speelt een rol. Kleinere carriers hebben met allerlei uitdagingen te maken, van leges tot graafschades en de eigenaardigheden van de Telecomwet. Nog niet zo lang geleden zat vrijwel geen enkele carrier aan tafel bij politiek en bestuur, waardoor deze problemen ook niet werden aangekaart.

Frisse wind door een versnipperd landschap

De oprichting van de FCA heeft daar verandering in gebracht. Toen Andrew van der Haar mij polste of Breedband Tilburg wilde aansluiten, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Een branchevereniging specifiek voor Nederlandse carriers was wat mij betreft de frisse wind die we nodig hadden en nog steeds hebben in Nederland. Door de versnippering in het landschap was er weinig onderling contact tussen de vele carriers, terwijl we nu binnen de FCA veel van elkaar leren zonder in elkaars vaarwater te zitten. Dat alleen al is flinke winst.

Destijds heb ik er voor gekozen om meteen door te pakken, en de rol van penningmeester binnen het bestuur voor mijn rekening te nemen. Met zijn vieren hebben we onze handtekeningen gezet onder de oprichtingsakte bij de notaris. In het begin was het best intensief: hoe pak je dat aan, de koers uitzetten van een branchevereniging, en krijgen we wel genoeg deelnemers om te kunnen starten?

De boer op

We gingen allemaal de boer op om zo veel mogelijk partijen te enthousiasmeren. We hebben veel gesproken met de deelnemers van het eerste uur om hen in te laten zien dat samenwerking binnen FCA loont. Niet kwantitatief, maar kwalitatief. Gaandeweg leerden we heel veel mensen kennen die in de branche actief zijn en inmiddels hebben we een omvangrijk netwerk opgebouwd van deelnemers, partners, partijen uit de branche en stakeholders bij de overheid.

Het mooie is: we worden gehoord. Dat is wat mij betreft, naast de kennisdeling, een tweede grote overwinning voor de FCA. We spreken regelmatig met Economische Zaken, schuiven aan bij het OPT overleg en ook Tweede Kamerleden weten inmiddels van ons bestaan en waar wij voor staan. Daar hebben zij nu rekening mee te houden. Naarmate FCA verder groeit, verwacht ik dat de organisatie steeds meer het eerste aanspreekpunt zal worden voor de overheid als het over glasvezel gaat.

De komende jaren zie ik dan ook positief in. Naast het blijven aantrekken van de lokale en regionale carriers, is het ook van belang dat grotere glasvezel partijen zich gaan aansluiten. Hoe breder de FCA de branche vertegenwoordigt, hoe beter. We hebben wat dat betreft in korte tijd heel veel bereikt. Ik heb het als een eer ervaren om daar een rol in te spelen.