Europese lokale exploitanten: telecommunicatieregels moeten juiste stimulansen bieden voor de uitrol van glasvezel in Europa

Glasvezelnetwerken vormen de basis voor de ontwikkeling van onze digitale economie en samenleving. Zij maken technologische innovaties zoals 5G mogelijk en toekomstige diensten op het gebied van gezondheid, industrie of mobiliteit, die zowel het Europese bedrijfsleven als de burgers ten goede komen.

Tegen de achtergrond van de lopende onderhandelingen over de herziening van het Europese wetgevingskader voor telecommunicatie (Telecom-code) en de vraag hoe de glasvezelmarkten in de toekomst moeten worden gereguleerd, roept de European Local Fiber Alliance (ELFA) besluitvormers op om de uitrol van snelle glasvezelnetwerken naar panden (Fiber To The Premise, FTTP) te bevorderen. Tegelijkertijd moet ook duurzame concurrentie op de markt worden gewaarborgd. De Nederlandse Fiber Carrier Association (FCA) staat als lid van de ELFA achter deze oproep.

Om het potentieel van deze toekomstbestendige infrastructuur ten volle te benutten, moedigen we een slim marktontwerp aan. Alle marktspelers kunnen daarmee FTTP in een concurrerende omgeving inzetten. We stellen echter met grote bezorgdheid vast dat de huidige beleids- en regelgevingsdiscussie zich meestal tussen twee extreme polen beweegt. Enerzijds een onvoorwaardelijke volledige deregulering van voormalige monopolististen en anderzijds een uitbreiding van de regelgeving tot alle marktdeelnemers, onafhankelijk van marktmacht (symmetrische regulering). De ELFA-leden zijn ervan overtuigd dat geen van deze opties zal leiden tot een brede uitrol van glasvezel en evenmin zal bijdragen aan een concurrerende marktstructuur – zeker niet als beide uitersten naast elkaar worden ingevoerd omwille van een politiek compromis.

Wij zijn van mening dat een volledige deregulering van de glasvezelnetwerken van de gevestigde exploitanten in de vorm van “regulatory holidays” niet alleen de concurrentie in de toekomst dreigt te belemmeren vanwege ontoereikende, onduidelijke of geen voorwaarden, maar ook het reeds bereikte concurrentieniveau dreigt terug te schroeven. Een dergelijk scenario zou waarschijnlijk leiden tot het herstel van monopolistische structuren op de markt. Een gelijktijdige invoering van verplichtingen inzake symmetrische toegang voor alle marktdeelnemers, ongeacht hun positie in de markt, vormt een straf voor degenen die glasvezel in semi-stedelijke en landelijke gebieden uitrollen, waarbij vaak de grenzen van rentabiliteit moeten worden opgezocht.

In het licht van deze radicale opties stelt ELFA daarom een evenwichtiger aanpak voor de glasvezelmarkten voor:

1. Wij streven ernaar de voorkeur te geven aan open-toegangsmodellen boven traditionele ex ante regelgeving, aangezien de samenwerkingsovereenkomsten op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden worden gesloten en door een grote meerderheid van de markt worden aanvaard.

2. Als commerciƫle onderhandelingen worden geweigerd of zelfs mislukken, steunen wij de mogelijkheid voor de nationale regelgevende instantie om tussenbeide te komen en als scheidsrechter op te treden om geschillen te beslechten.

3. Deze regels mogen niet worden toegepast in een starre, uniformen aanpak, maar moeten worden aangepast aan nationale omstandigheden.

Onder dergelijke omstandigheden blijven de leden van ELFA zich inzetten voor een uitgebreide FTTP-dekking om een Europese Gigabit Society tot stand te brengen die kan concurreren met andere regio’s in de wereld.