Glasvezel als nutsvoorziening?

Het is verleidelijk om glasvezelnetwerken hetzelfde belang toe te dichten als ons elektriciteitsnetwerk, of het waternet. Je zou kunnen zeggen dat glasvezel een nutsvoorziening is. Dat klinkt gewichtig, maar zo zijn er nog wel wat diensten en infrastructuren die je als nutsvoorziening kunt zien. En waarom zou dan alleen glasvezel een nutsvoorziening zijn en bijvoorbeeld 4G en straks 5G niet?

Door Andrew van der Haar, directeur FCA

De zoektocht naar de betekenis

In de 19e eeuw werden de water- en elektriciteitsvoorziening door de overheid overgenomen en gecentraliseerd. Sindsdien spreekt men van nutsvoorzieningen als het gaat om voorzieningen die het algemeen nut bedienen. Spoorwegen, de posterijen en, typisch Nederlands, het aardgasnetwerk kunnen als nutsvoorziening worden gezien. Connectiviteit zou daarom nu ook tot nutsvoorziening gerekend moeten worden. En dat is precies waar de schoen gaat wringen, omdat in een geliberaliseerde markt niet alle partijen dezelfde uitgangspositie hebben.

Tegenpolen

De meeste traditionele nutsvoorzieningen zijn in Nederland sinds de jaren ’80 geliberaliseerd. Dat geldt ook voor de telecom- en kabelnetwerken. Waar eerst de opvatting bestond dat de overheid het algemeen nut het beste kan bedienen, veranderde dat voor dit soort diensten in het idee dat de markt dat beter kan. Maar dat leidde ook tot frictie. Nutsvoorzieningen en marktwerking zijn tegenpolen. Marktwerking en de laagste prijs gaan niet per definitie hand in hand met ‘altijd aan en beschikbaar’.

Prijsdruk gaat dan ook vaak ten koste van kwaliteit. Innovatie neemt hier een deel van de pijn weg, maar ergens ontstaat een dilemma. Het is duidelijk dat deze spanning niet zomaar te overbruggen is. De consument trekt dan aan het kortste eind: de diensten die worden afgenomen zijn ofwel kostbaar, of zijn mogelijk niet erg betrouwbaar.

Daarnaast speelt nog een probleem. Nederland is een klein land met relatief kleine markten. Daardoor is het vrij eenvoudig voor bedrijven die toch al een groot marktaandeel hebben om dit marktaandeel te vergroten. Bijvoorbeeld door fusies en overnames, of een agressief beleid om marktaandeel te veroveren. Een geliberaliseerde markt wordt op die manier al snel beheerst door slechts een handvol partijen. Hier is natuurlijk overheidstoezicht op en daarmee worden de ergste uitwassen in toom gehouden. Het blijft echter de vraag of deze vorm van marktwerking de prijs/kwaliteitverhouding van nutsvoorzieningen ten goede komt.

De kluts kwijt met nutsvoorzieningen?

We zien op de markt voor connectiviteit ook al enkele jaren felle concurrentie tussen een paar grote partijen. Die partijen hebben allemaal een geschiedenis als nutsbedrijf in handen van overheden en zijn na verzelfstandiging verder gegaan met de infrastructuur die zij al hadden. Daardoor zijn koper- en coaxnetwerken in ieder geval voor huishoudens en bedrijven nog te vaak de enige keuze.

Dankzij slimme innovaties worden deze netwerken verbeterd. Maar het houdt ergens op. En gezien de al jaren sterk groeiende vraag naar bandbreedte zullen een gebrek aan regie en concurrentie op korte termijn op een zeker moment gaan wringen, zeker in stedelijke kernen. Om het maar even bout te stellen: de technologie is verouderd en er zijn betere alternatieven beschikbaar.

Je kunt je dan ook afvragen of het wenselijk is dat op die manier met dit soort voorzieningen wordt omgegaan. Ze dienen dan immers niet meer het algemeen nut, maar een deelbelang. Dat kan niet de bedoeling zijn. En het is bovendien onnodig, want we hebben allang de technologie om alle connectiviteit decennialang toekomstbestendig te maken: glasvezel.

Glasvezelnetwerken verbruiken minder energie (stroom) dan koper- of coaxnetwerken en kunnen een veel hogere capaciteit aan. Idealiter heeft iedereen een glasvezelverbinding in zijn huis, kantoor, productiehal, bedrijfspand of agrarisch bedrijf. Dat kan natuurlijk niet stel op sprong en daar moet dus een plan voor komen.

Begrijp me niet verkeerd: koper en coax hebben ons gebracht tot waar we nu zijn. En deze technieken zijn zeker nog niet afgeschreven. Maar als connectiviteit voorziet in een basisbehoefte, en ik denk dat dat inmiddels voor zowel consumenten als bedrijven zo is, moeten we ook erkennen dat op lange termijn de rek uit deze dragers is. De corenetwerken zijn al verglaasd, nu de rest nog.

De oplossing

Tijd voor de overheid om zich hierin te mengen dan maar? Los nog van het feit dat dit Europees gezien onmogelijk is, kunnen we ook niet verwachten dat dit met veel enthousiasme wordt onthaald. Verschillende belangen moeten worden gewogen, de kosten zijn hoog en gezien onze politieke (polder)cultuur zal een eventueel plan alle deelbelangen reflecteren. Zo blijft er alsnog veel koper in de grond liggen.

De vraag wordt mij dan gesteld: je moet toch niet willen dat de overheid een landelijk netwerk gaat aanleggen en beheren? Het antwoord is nee, dat is zeker niet de bedoeling. Er is een veel betere optie waarbij we de marktwerking kunnen versterken en glasvezel toch als medium van de nutsvoorziening connectiviteit bij iedereen achter de voor- en kantoordeur krijgen.

Bij de FCA zijn momenteel 19 glasvezelnetwerken aangesloten. Sommige zijn regionaal georiënteerd en sommige landelijk actief. Als 12 geografische netwerken worden gecreëerd, wellicht per provincie, dan kunnen zij belast worden met de taak om alle gebouwen in de regio aan te sluiten. Dit voltrekt zich dan volgens de new open acces standaard. Dit houdt in dat alle partijen die gebruik willen maken van glasvezel toegang krijgen om bijvoorbeeld diensten te leveren, tegen vooraf afgesproken tarieven en condities.

Marktwerking

Marktwerking krijgt bij deze aanpak een andere invulling. De spanning tussen glasvezelnetwerken als nutsvoorziening blijft op netwerkniveau latent aanwezig. Maar daarmee wordt wel bereikt dat iedereen toekomstbestendige connectiviteit heeft.

Concurrentie vindt plaats op diensten. Marktwerking kan vervolgens worden ingevoerd op serviceniveaus en voor dienstaanbieders. Er kan concurrentie plaatsvinden op beschikbaarheid, en verschillende diensten leiden ook tot een andere belasting van een netwerk. Daar kan op gedifferentieerd worden.

Daarnaast zijn deze regionale netwerken geen gesloten circuits. De EU schrijft in de Telecomcode voor dat bij de aanleg van een netwerk partijen kunnen mee-investeren op een specifiek stuk netwerk. Als een marktpartij dan toch besluit om specifiek een locatie of klant aan te sluiten die buiten zijn regio ligt, is dit gewoon mogelijk. Als er verbindingen noodzakelijk zijn die niet openbaar beschikbaar zijn, maar alleen toegankelijk, dan kan je daar een salderingssysteem voor maken. De gebruiker kan dan zelf kiezen of hij voor het gesloten of open netwerk kiest. Hier is marktwerking prima mogelijk. Dienstaanbieders kunnen gebruik maken van netwerken zonder daarvoor te hoeven investeren in infrastructuur, terwijl ze nu vaak een business case moeten maken voor beide.

Tot slot

Glasvezel en daarmee connectiviteit als nutsvoorziening. Zal het er van komen? Ik verwacht dat als de basis van een landelijke dekkend, open glasvezelnetwerk staat, een groei mogelijk is die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Er wordt veel tijd, geld en energie gestoken in deze basisbehoeften. Bedrijven die nu zowel diensten als infrastructuur aanbieden kunnen hun focus leggen op een van beide. Dat zal zorgen voor verdere specialisatie en uiteindelijk een betere dienstverlening aan consumenten, organisaties en bedrijven, met een betrouwbaarheid die we gewend zijn van onze nutsvoorzieningen.